Frank's Food Company

bomvol echte smaak

Bijenhouden

10 praktische tips: zo ben je bijvriendelijk bezig!

bijvriendelijke tips

De media staan er bol van: bijen en andere bestuivers hebben het zwaar. En dat is niet best, want bijen bestuiven een groot deel van ons voedsel. Als imker vragen mensen mij vaak wat ze nu zelf zouden kunnen doen voor de bijen? Nou, best veel eigenlijk! En het zijn vaak kleine dingen die een groot verschil maken voor de bijen. Daarom geef ik je hierbij 10 simpele tips waarmee je gewoon thuis, in je tuin, op je balkon of in de winkel bijen kunt redden! Klaar voor? Hier komen ze. Ik noem ze in volgorde van eenvoud: tip 1 is het makkelijkst en tip 10 kost wat meer tijd.

Bijentip 1: gebruik geen chemische bestrijdingsmiddelen meer
Ik wilde eigenlijk niet direct met gif beginnen, maar geen gif gebruiken is toch wel hetgeen je het gemakkelijkst kunt doen. Daarom is dit tip 1. Lekker laten staan, die rommel. Eens? Mooi. Dan heb je al iets gedaan zonder ook maar iets te hoeven doen! Op naar tip 2.

bijenraat

Bijentip 2: plant voorjaarsbollen in je tuin of op je balkon
Bloemen die in het vroege voorjaar bloeien zijn enorm belangrijk voor bijen en hommels. Ze halen er stuifmeel vandaan dat dient als voedsel voor de larven. Meer stuifmeel betekent meer voer voor de larven en dus sterkere bijenvolken. Een goede start is goud waard, niet alleen voor honingbijen, maar ook voor solitaire wilde bijen en hommels. Bij honingbijen overwinteren meerdere bijen in één bijenkast. Hommels en wilde bijen daarentegen zijn solitair en daarvan overwintert vaak alleen de koningin. Zij moet dus in haar eentje zorgen voor nieuw nageslacht. Dat kost veel tijd en energie, dus hoe makkelijker zij stuifmeel en nectar kan vinden, hoe beter.

Let er bij het kopen van voorjaarsbollen op dat de bloembollen milieuvriendelijk zijn geteeld. Geloof het of niet, de meeste bloembollen worden preventief behandelt met gif. Dat gif zit in de bol en komt zodoende ook in de plant en via het stuifmeel bij de bijen terecht. Al je goede bedoelingen ten spijt: met dit soort bollen help je de bijen juist naar beneden! Koop dus biologisch geteelde bloembollen of bollen van duurzame teelt. Ik koop ze zelf meestal bij EcoBulbs of De Warande.

Kies ten slotte de juiste bloembollen, want niet iedere voorjaarsbloeier heeft meerwaarde voor bijen. Dit zijn de voorjaarsbloemen die wèl helpen: Krokus, Sneeuwklokje, Winterakoniet, Sterhyacint en Blauwe druifjes. (Tulpen, narcissen en gewone hyacinten zijn ook mooi, maar ze hebben voor bijen geen meerwaarde.)

En heb je een balkon, zet de bollen dan gewoon in een pot of een bak. Daarin doen ze het ook prima!

voorjaarsbollen

Bijentip 3: plant najaarsbloeiers en geef de bijen een mooie nazomer
Misschien nog wel belangrijker dan de voorjaarsbloeiers, zijn de najaarsbloeiers. In de meeste gebieden is het na de bloei van de lindebomen wel gedaan met de “grote drachten” en moeten de bijen het doen met minder voer. Dat komt op een ongunstig moment, want vanaf de zomer beginnen bijen zich reeds voor te bereiden op het najaar en de winter en juist dan hebben ze behoefte aan extra voer dat ze kunnen opslaan als wintervoorraad. Bloemen en planten die bloeien in juli, augustus en september zijn daarom erg belangrijk. In je tuin kan je bijvoorbeeld Sedum of Herfstaster neerzetten. En heb je de ruimte, dan loont het enorm om een boom te planten die zorgt voor najaarsdracht. Bijenbomen en honingbomen (ja, zo heten de bomen echt, en het zijn twee verschillende soorten) zijn goede voorbeelden van bomen met veel najaarsdracht. Een volwassen, bloeiende boom is van grote waarde en komt overeen met een veld vol bloemen!

Kijk voor meer drachtplanten op www.drachtplanten.nl

Bijentip 4: begin een bijenkroeg
Heb je een vijver je tuin? Dan kun je een ‘bijenkroeg’ beginnen! Klinkt gezellig, niet? Maar ook als je geen vijver hebt, kun je zo’n kroeg uitbaten. Het idee is simpel: bijen drinken net als mensen en andere dieren. Ze drinken alleen op een andere manier, namelijk altijd indirect. Ze zuigen water op via bijvoorbeeld een doorweekt turfblok of van een natte steen en dus niet direct uit het oppervlakte. Dus heb je een vijver, leg dan aan de randen turfblokken in het water. En heb je geen vijver, vul dan een speciekuip met water en turfblokken, zodanig dat de bovenste blokken boven de rand van de kuip uitsteken. Je zult zien dat je kroeg op warme dagen snel volstroomt met bijenvolk! Voordeel: ze drinken schoon water, geen water dat vervuild is met (landbouw)gif. Je houdt het water in je kuip fris door af en toe met de tuinslang de kuip door te spoelen.

grijze-zandbij

Bijentip 5: vergeet vooral de wilde bij niet!
Bij bijensterfte denken de meeste mensen aan honingbijen. Dat is logisch, want honingbijen zijn het meest bekend en honingbijen hebben een baasje dat voor ze kan spreken: de imker. Maar wist je dat er veel en véél meer wilde bijen zijn? In Nederland hebben we maar liefst 350 soorten wilde bijen! Daarvan staat ruim de helft op de rode lijst! Echt, het gaat dus ook bar en bar slecht met de wilde bijen en die zijn net zo belangrijk als de huis-tuin-en-keuken-honingbij. Het is goed dat veel mensen bijenhotels plaatsen. Bijenhotels zijn een goed thuis voor een (klein) deel van de wilde bijen, mits je een hotel van goede kwaliteit uitkiest. Let er op dat de gaten verschillende formaten (3 – 10 mm) hebben, dat de nestgangen verschillende lengtes (5 – 15 cm) hebben en dat de gaten geen gerafelde randen hebben. Je kunt natuurlijk ook zelf een hotel bouwen. Op deze blog vind je een goede uitleg en een handig stappenplan om zelf een hotelletje te bouwen.

Verreweg de meeste wilde bijen maken hun nest echter niet in een bijenhotel, maar onder de grond (zie hierboven, een foto van de Grijze Zandbij). Dat vind ik belangrijk om even te melden, want alle bijenhotels ten spijt, de meeste wilde bijen nestelen dus onder de grond! Ze graven gangen onder de grond en leggen daarin hun eitjes. Sommige bijen doen dat tussen tegels of op braakliggende stukjes zand, andere bijen in aarden wandjes of muurtjes. Dus wil je iets voor de wilde bij doen, dan loont het dus zeker om niet alleen een bijenhotelletje te starten, maar ook om een afgelegen hoekje van je tuin te voorzien van wat zand of leem. Een goed stukje grond is belangrijker voor de meeste wilde bijen dan een bijenhotel. Zorg dat je een plekje in de zon uitkiest. En als je bijvoorbeeld een straatje legt, houdt dan ruimte tussen de stenen. Veel bijen hebben slechts 0,5 cm nodig om een nestgang te kunnen aanleggen. Zie je hoopjes zand tussen je straat ontstaan? Dikke kans dat er wilde bijen nestelen. Niet vegen, maar de vlag uitsteken! Wilde bijen zullen je overigens zelden steken. Ze verdedigen hun nest niet zoals wespen of honingbijen. Vriendelijk volk dus.

zaadbommen

Bijentip 6: maak zaadbommen op school of met je kinderen
OK, normaal gesproken is het geen goed plan om je kinderen bij te brengen dat ze bommen moeten werpen 😉 Maar zaadbommen zijn een perfect middel om kids op een leuke manier wat bij te brengen over de “bloemetjes en de bijtjes”. En het is vooral erg leuk om te doen, zaadbommen maken! Kinderen zijn de toekomst, ook voor de bijen. Let er bij je bombardement op dat je de bommen werpt op schrale grond, zoals bijvoorbeeld op een braakliggend terrein, een bouwplaats of een kaal stukje plantsoen. In een rijke berm of onder een dicht plantsoen heeft je bombardement geen kans van slagen, want de bom zal worden afgetroefd door overige beplanting. En gebruik a.u.b. zaden van inheemse soorten, zoals bijvoorbeeld Korenbloem, Phacelia en Boekweit. Dat voorkomt verspreiding van exoten in de wilde natuur. En, dat gezegd hebbende, werp geen bommen in de natuur. Laat de natuur haar gangetje gaan, daar groeien vaak al genoeg drachtplanten voor bijen.

Kijk voor hoe je zaadbommen maakt op deze blog (klaprozen zijn leuk, maar voor bijen niet waardevol…) en koop je (biologische) zaden bij bijvoorbeeld De Bolster.

Bijentip 7: Kies zoveel mogelijk voor biologisch
In de biologische landbouw worden geen bestrijdingsmiddelen gebruikt die slecht zijn voor bijen. En biologische boerderijen bieden vaak meer ruimte voor biodiversiteit dan gewone boerderijen. Een soortenrijk platteland is cruciaal voor bijen, want tja, bijen eten geen gras…. Een weiland met alleen gras is als een groene woestijn voor een bij. Een kruidenrijk stuk grasland of een bloemrijke akker is voor hen stukken interessanter. Daarom, eet bio! Je zult merken dat er meer smaak aan biologische producten zit en terwijl je in de winkel loopt of aan tafel zit, doe je dus ook nog iets goeds voor de bijen.

Bijentip 8: hou een spreekbuurt of lezing over bijen (of bezoek er één)
Mijn eerste spreekbeurt ging over salamanders. Ik kan je er nog steeds van alles over vertellen. Die beestjes hebben indruk gemaakt op mij en mijn klasgenootjes. Je zoon of dochter zou hetzelfde kunnen meemaken met bijen. Duik maar eens in het verhaal van de honingbij met het boek Het Bijenboek van Lannoo, dan zul je zien dat er veel over te vertellen is. Bijen zijn boeiend. Dat merk ik in mijn imkerij en zelfs op verjaardagen. Als mensen horen dat je imker bent, dan hangen ze aan je lippen. Ik heb menig duf verjaardagskringetje opgeleukt met een smeuïg bijenverhaal.

Ben je je spreekbeurtjaren voorbij? Organiseer dan eens een lezing over bijen of een bezoekje aan een imkerij met je club, familie of vrienden. Natuurclubs als IVN en de lokale landschappen organiseren vaak lezingen die je zou kunnen bezoeken. Alleen, of met anderen.

bijenkasten azoren

Bijentip 9: Word zelf imker
Vooropgesteld: bijen hebben meer behoefte aan de eerdergenoemde tips en de tiende tip, dan aan meer imkers. Meer drachtplanten, minder gif en een betere omgeving zijn belangrijker dan meer imkers. Maar wil je zelf aan het imkeren slaan, dan kan ik dat alleen maar aanmoedigen! Het is een prachtige hobby en dichterbij de natuur (goede woordspeling…) zal je niet snel komen. Imker worden vraagt geen opleiding, maar het is wel raadzaam om een beginnerscursus te volgen, opdat je de basisbeginselen en vaardigheden onder de knie krijgt.

Dat kan via de lokale imkerijvereniging, die ook vaak introductiemiddagen organiseren. Via de website van de NBV vind je jouw lokale imkerijclub en ook meer informatie over de cursussen. Overigens zijn niet alle imkers en niet alle imkerijverenigingen bij de NBV aangesloten. Er zijn ook clubs die op een andere manier imkeren, zoals bijvoorbeeld de biologisch-dynamische imkers. Ook zij geven cursussen. Ik heb zelf goede ervaringen met de praktische basiscursus van de NBV, gevolgd door de meer theoretische BD imkercursus. Uit die twee cursussen – en praktijkervaring – heb ik mijn eigen werkwijze en visie ontwikkeld.

ecologisch bermbeheer

Bijentip 10: Vraag je gemeente om bijvriendelijke bermen en/of plantsoenen
Deze tip klinkt ingewikkelder dan hij is, heb ik in de praktijk ondervonden. Bermen en openbaar groen zijn enorm belangrijk voor bijen, vlinders en andere insecten. Sommige gemeenten onderkennen dat en passen ecologisch bermbeheer toe, andere gemeenten doen daar niets aan en maaien de boel zonder pardon twee keer per jaar plat. Dat is jammer, want ook in jouw gemeente liggen ki-lo-me-ters aan berm en dat zouden prachtige stukken “bijenreservaat” kunnen zijn! Dus zoek uit of jouw gemeente ecologisch bermbeheer toepast of niet. Zo ja, stuur ze een dikke pluim en zo nee, kom in actie en haal je gemeente over om meer te doen met bijvriendelijke bermen.

Dat werkt in elke gemeente anders, maar begin gewoon eens met navraag bij de lokale groenafdeling of op het gemeentehuis. Als je geluk hebt staan ze open voor je plannen. Veel gemeenten staan ook open voor burgerparticipatie, waarbij burgers zelf kunnen bijdragen in overheidstaken. Zo zou je met je buurt, dorp of wijk een deel van het groenbeheer kunnen overnemen. Wij doen het hier rondom ons dorp Benneveld (Drenthe) volledig in samenspraak en samenwerking met de gemeente Coevorden. Dat vraagt wat vertrouwen over en weer en dat moet groeien. We beginnen klein en schalen steeds verder op.

Een kortere route is de politieke route. Als een wethouder zijn nek wil uitsteken, dan heb je opeens een mooie bondgenoot. Misschien ken je de beste man of vrouw wel of misschien weet je dat hij of zij ervoor openstaat. Of misschien ken je een raadslid? Vraag gewoon eens een gesprek aan en zie wat daaruit komt. Ga altijd met een paar mensen naar zo’n gesprek, anders blijft een beetje een “eenlingactie”. Je weet maar nooit. Bereid je wel goed voor. Zorg dat je snapt wat ecologisch bermbeheer inhoudt, weet wat een cyclomaaier is, wat een klepelmaaier is en dat je 1x moet maaien en oprapen. Dat kost meer (ook goed om te weten), maar het levert ook meer (biodiversiteit) op. Dat mag wat kosten, toch?

Wie weet woon jij straks in de meest bijvriendelijke wijk van Nederland!

Heb jij nog meer bijvriendelijke tips?
Ik hoor ze graag! Laat een reactie achter onder dit bericht. En heb je nog vragen, stel ze gerust hieronder. Succes met jouw bijenacties!

2 Comments

  1. Jasmijn

    Vind je blog erg duidelijk uitgelegd, maar waarom zouden meer imkers niet goed zijn? Dan zijn er toch ook meer bijen?

    • Frank Rozendaal

      Hoi Jasmijn, dank voor je reactie. Meer imkers leidt inderdaad wel tot meer bijen, maar daar kleven ook wat nadelen aan. Bijen hebben reeds weinig te eten – zowel de honingbij als de wilde bij – dus als er nog meer bijen bij komen, dan wordt de schaarste groter. Daarom denk ik dat we de bijen meer helpen met meer voedsel, niet zozeer door uitbreiding naar meer bijenvolken. Ik hoop dat dit antwoord e.e.a. duidelijker maakt. Groet, Frank

Leave a Reply

Theme by Anders Norén